Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Inleiding Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inleiding Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Deze paragraaf gaat in op ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie die van invloed kunnen zijn op de financiële huishouding, maar nog niet financieel zijn vertaald. Het is een verplichte paragraaf op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de daarop van toepassing zijnde toelichting. Achtereenvolgens gaan we in op:
•    Het beleid betreffende weerstandscapaciteit en risico’s.
•    Een inventarisatie van de risico’s.
•    Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit.
•    Een berekening van het weerstandsvermogen en een oordeel over het gevormde vermogen.
•    Kengetallen die inzicht geven in de financiële positie van de gemeente en daaruit voortvloeiende risico’s.

Conclusie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Conclusie

Het weerstandsvermogen drukken we uit in een ratio (beschikbare weerstandscapaciteit/ 90% van de benodigde weerstandscapaciteit) en komt uit op 1,6. Dit betekent dat ons weerstandsvermogen ruim boven de vastgestelde ratio van 1,2 uitkomt en dat we met ons weerstandsvermogen met een zekerheid van 90% alle geïnventariseerde risico’s kunnen opvangen.

Het beleid voor weerstandscapaciteit en risico’s

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Het beleid voor weerstandscapaciteit en risico’s

Het beleid op het gebied van risicomanagement en weerstandsvermogen is te vinden in de nota “Risicomanagement en Weerstandsvermogen”, vastgesteld op 28 juni 2022. Op 28 juni 2022 is bij de vaststelling van de ‘nota reserves en voorzieningen 2022’ de ratio van het weerstandsvermogen in 1e instantie bepaald op 1,4. Bij het opstellen van deze begroting 2026 actualiseren we de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Hieruit zetten we de risico’s die de gemeente loopt af tegen het beschikbare weerstandsvermogen om inzichtelijk te maken of dit voldoende is om de risico’s af te dekken. Het werkelijke weerstandsvermogen van onze gemeente is op dit moment voldoende. Uitgangspunt voor de komende begroting is het handhaven van het weerstandsvermogen op het huidige werkelijke waarderingsniveau C “voldoende” (NAR). Dit houdt in dat we, naar aanleiding van het voeren van een verantwoord financieel beheer, uitgaan van de ratio 1,2. Op basis van de berekening van het benodigde weerstandsvermogen wordt het saldo van de reserve Weerstandsvermogen en risicobeheersing aangepast.

Voor de objectivering van de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen bestaan geen wettelijke normen. Om de ratio te duiden maken we gebruik van waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) en de Universiteit van Twente op de volgende pagina: Gegeven de ratio van 1,6 betekent dit voor ons dat ons weerstandsvermogen op dit moment ‘ruim voldoende’ is.

Waardering
Ratio
Betekenis
A
> 2
Uitstekend
B
1,4 - 2
Ruim voldoende
C
1 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende

Een inventarisatie van de risico’s.

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Een inventarisatie van de risico’s.

In deze paragraaf staan de risico’s zoals tijdens het opmaken van de begroting 2026 zijn geïnventariseerd.
De risico’s in deze paragraaf zijn niet op een andere wijze afgedekt. Bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering of het opnemen van een bedrag of voorziening in de jaarrekening, dan wel verwerkt in de onderliggende begroting 2026.  We houden hierbij rekening met de kans dat de onderkende risico’s zich voordoen én de financiële impact wanneer dit daadwerkelijk gebeurt.
Deze analyse is per risico gemaakt.

Progr
Risico
Beschrijving risico
Kans %
Bruto risico (€)
Netto risico (€)
1
Fluctuatie kosten Jeugdhulp en Wmo voorzieningen
De kosten van de voorzieningen Jeugdhulp en Wmo kunnen fluctueren. Niet op alle factoren die de vraag naar voorzieningen beïnvloeden hebben wij (evenveel) invloed. Bijvoorbeeld op de economische situatie, ontwikkelingen in de wereld, of veranderd beleid vanuit het Rijk. Daarnaast is Oirschot een relatief kleine gemeente, zodat ‘toeval’ in de vorm van een enkele dure voorziening, veel invloed heeft op de kosten. We hebben relatief lage aantallen, zodat een kleine toename procentueel al een grote verandering in kosten kan veroorzaken.
50%
500
250
1
Zichtbaarheid, vindbaarheid regelingen
Door verbetering van de websites van de gemeente en van Wijzer wordt de zichtbaarheid en vindbaarheid van regelingen verbeterd. Mogelijk wordt daardoor het beroep dat op die regelingen gedaan vergroot. Hierdoor kunnen de kosten stijgen. Dekking vanuit reserve sociaal domein.
50%
100
50
2
Geen gekwantificeerde risico's
-
3
Vertraging woningbouw / bedrijventerrein
Vertraging realisatie woningbouwplannen/bedrijventerreinen door procedures. Hierdoor is er risico op oplopende kosten en achterblijvende/weggevallen inkomsten (denk aan OZB en het gemeentefonds). Oorzaken zijn bijvoorbeeld mondigere burgers (bezwaren), netcongestie en stikstof.
50%
150
75
3
Cofinanciering Regionale opgaven
Cofinanciering/uitvoeringkracht (financieel) niet rond kunnen krijgen door besluitvorming gemeenteraad voor de regionale projecten (bijvoorbeeld rondom Beethoven), waardoor woningbouwontwikkelingen niet versneld worden gerealiseerd.
10%
750
75
3
Vertraging ambitie als gevolg van herindeling
Risico op temporisering van de ambitie i.v.m. de benodigde uitvoeringskracht ten behoeve van de aankomende herindeling, wisseling personeel, uitvallen van systemen etc.
90%
100
90
3
Sociale woningbouw
Woningcorporaties voldoen niet aan hun aandeel van de sociale woningbouw door beperkte investeringscapaciteit. Vooralsnog kennen we een vangnet in de vorm van een volkshuisvestingsfonds, waarmee we woningcorporaties kunnen ondersteunen. Deze mogelijkheden zijn niet eindeloos.
10%
2.500
250
3
Stikstof – netcongestie
Netcongestie/stikstof leidt tot extra investeringen om plannen te kunnen realiseren. Alsnog zorg dit voor vertraging, waardoor de kosten oplopen. Ook is het mogelijk dat we ambities moeten bijstellen of dat we inkomsten mislopen. Denk hierbij aan opbrengsten bij verkoop van gronden, ontvangen leges, et cetera.
25%
7.500
1.875
3
Centrumplan
Vertraging van uitvoering van het Centrumplan leidt tot extra onderzoeken/ extra kosten bijstellen van ambities.
90%
100
90
3
Regio-samenwerking
Kosten die in rekening gebracht worden als Oirschot onvoldoende levert aan de samenwerkingsverbanden (zoals SGE, MRE, negen voor een) / kwetsbaarheid van de een-pitters.
25%
100
25
4
Bodemsanering
De risico’s die voor de gemeente voortvloeien uit bodemverontreiniging, zijn moeilijk vooraf in te schatten. Voor saneringsobjecten in het kader van de Wet Bodembescherming wordt de omvang van het risico sterk bepaald door factoren als eigendomssituatie en oorzaak van de bodemverontreiniging. Zoveel mogelijk worden saneringskosten opgenomen in de grondexploitaties. Daarnaast kunnen sommige kosten verhaald worden op eigenaars (bijv. bij een asbestbrand). Overige locaties zijn niet uitgesloten. Daarbij kan er sprake zijn dat saneringskosten volledig voor rekening komen voor de gemeente. Risico neemt toe bij actieve aankoop van gronden. Tegelijkertijd leggen we de saneringskosten bij de verkopende partij (en doen we onderzoek naar de grond).
25%
100
25
4
OSMO risico beperkt /Uniforme huurprijzen
Na vaststelling van het nieuwe subsidiebeleid maken we afspraken met de buitensportverenigingen over OSMO, uniforme huurprijzen en privatisering. Naar verwachting zijn de consequenties als gevolg van OSMO en uniforme huurprijzen beperkt. Tijdens het pilot jaar monitoren we de kwaliteit van de uitvoering. We blijven in gesprek met de club hierover en de huidige aannemer begeleidt het traject. Risico blijft gemonitord worden maar is op dit moment te klein om te kwantificeren.
50%
100
50
4
Integraal Maatschap-pelijk Beheerkader (IMBK)
De beleids- en beheerplannen van het ruimtelijk beheer zijn geactualiseerd en opgenomen in een Integraal Maatschappelijk Beheerkader. Dit geldt ook voor het OVVP. Aandachtspunt is hoe de maatschappelijk opgaven gekoppeld worden aan de instandhouding van de beheerobjecten. De raad heeft al een besluit genomen over het gewenste kwaliteitsniveau.
25%
400
100
4
Dalende ledenaantallen
Verenigingen en clubs zien de leden aantallen dalen. Hierdoor dalen de inkomsten van de clubs, terwijl de kosten (o.a. onderhoud) stijgen. Dit heeft maatschappelijke effecten, waardoor mogelijk beroep op de gemeente gedaan wordt om bij te springen.
25%
100
25
5
Voldoen aan wet- en regelgeving
(Extern) personeel is niet altijd op de hoogte van een juist gebruik van systemen en werkprocessen. Dit leidt er onder meer toe dat contracten en andere documenten niet altijd goed gearchiveerd zijn, niet vindbaar zijn, dossiers onvolledig zijn, wettelijke termijnen niet gehaald kunnen worden, etc. Om dit risico te verminderen is het meerjarig programma Digitaal Samenwerken (DSW) gestart. In 2024 zijn we gestart. Dit programma verbetert de toekomstige archivering en heeft geen werking richting het verleden. Het risico blijft dus nog enige jaren na afronding van het programma.
25%
150
38
5
Verbonden partijen algemeen
Bij tegenvallende exploitaties kan aanspraak worden gemaakt op extra gemeentelijke middelen. De begrotingen van gemeenschappelijke regelingen worden één op één verwerkt in de begroting van de gemeente. Verbonden partijen dienen te opereren binnen de vastgestelde begrotingen en als er tekorten ontstaan, dan dekken ze dat uit hun reserves. Voor zover de reserves van de GR-en ontoereikend zijn om hun risico’s af te dekken, nemen we ons aandeel van de risico’s mee.
25%
121
30
5
Verbonden partijen/ GRSK
De GR Kempengemeenten bouwt volgens de statuten geen vermogen op. Wanneer kansen en risico’s zich voordoen, de exploitatie mee- of tegenvalt, wordt dit direct verdisconteerd met de deelnemende gemeenten. Mee- en tegenvallers van de GRSK zijn daarom direct van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. We gaan er echter vanuit dat ook voor de GRSK geldt dat de begroting taakstellend is, daarom zullen enkel openeinderegelingen leiden tot bijbetaling. Ten aanzien van de risico’s van de GRSK nemen we conform de overige verbonden partijen ons aandeel in de risico’s mee. Echter de GRSK heeft de risico’s niet gekwantificeerd
50%
90
45
5
Garantstellingen
In 2012 is het WBO verkocht aan Laurentius in Breda. In 2013 heeft Laurentius in 2013 haar Oirschotse bezittingen verkocht aan de corporatie Wooninc. Voor de financiering van het aandeel van niet sociale huurwoningen betrokken bij de verkoop, heeft Wooninc. een gemeentegarantie gekregen. Het risico bestaat dat Wooninc. op enig moment niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen kan voldoen, waardoor de betrokken bank de gemeente aanspreekt op garantstelling. Jaarlijks wordt op basis van de jaarstukken van Wooninc. het risicobedrag bepaalt.
10%
6.259
626
5
Calamiteit/ Pandemie
Onze gemeente loopt dagelijks het risico op een grootschalige crisis/ calamiteit. De COVID-19 crisis is hierin uiteraard het meest actuele voorbeeld. Niemand kan precies voorspellen hoe de volgende crisis/ calamiteit er precies uitziet. Denk aan een grote brand op een van onze industrieterreinen, of een grote kettingbotsing met meerdere slachtoffers op de A58. Er is altijd een risico dat de gemeente (gedeeltelijk) aansprakelijk is voor het ontstaan en het verloop van een crisis/calamiteit. In dat geval zal de reguliere financiële dekking voor afhandeling van de calamiteit niet altijd volledig zijn.
10%
500
50
5
Arbeidsmarkt
Vanwege de krappe arbeidsmarktsituatie zijn sommige functies moeilijk in te vullen. De inhuurkosten liggen aanzienlijk hoger dan formatie kosten.
25%
1.000
250
5
Inflatie
Voor sommige taakvelden is de inflatie hoger dan de prijscompensatie die we ontvangen vanuit het Rijk. Voor deze extra kosten is dus geen dekking in de begroting.
25%
200
50
5
Inkoop
Gezien de mogelijke herindeling met Best, worden bij komende aanbestedingen vaker kortdurende contracten afgesloten. Veelal wordt door marktpartijen aangegeven dat langlopende contracten de voorkeur genieten boven kortlopende contracten. Door de kortere looptijd is er een grotere kans op prijsstijgingen bij verlenging, wat kan resulteren in een kostenstijging van 5-15%.
25%
800
200
5
Nieuw gemeentehuis
De verbouwing van het aangekochte gemeentehuis kan duurder uitvallen als voorzien voor de aankoop. We zijn inmiddels verder in het traject, de kostenramingen zijn helder en de opdrachten worden gegeven. Daarmee resteert enkel nog een risico aan het eind van het traject rondom de oplevering.
25%
100
25
5
Stabiliteit systemen, cybercriminaliteit
Wij constateren dat de huidige systemen vaak niet up to date zijn en daarom is een hack een grote kans. En met de huidige wereld is het risico steeds groter.
25%
2.100
525
5
Pensioenen wethouders overdragen naar ABP
Op 1 januari 2028 moeten alle pensioenen zijn overge-dragen aan pensioenfonds ABP. De voorbereiding van het wetsvoorstel om dit regelen gaat spoedig van start. De planning is om dit wetsvoorstel eind 2025 in te die-nen bij de Tweede Kamer. Het bedrag dat aan het ABP overgedragen moet worden, kan afwijken van het be-drag dat wij voor de pensioenen hebben gereserveerd. Het bedrag is o.a. afhankelijk van de dekkingsgraad bij het ABP en de rentestand op moment van overdracht. Mede omdat deze factoren in de tijd tot de overdracht nog flink kunnen fluctueren, laten we hier op dit moment nog geen berekening van maken. De voorziening op de balans per 31/12/2024 bedroeg €1.814K.
25%
580
145
Niet gespecificeerde risico's < € 25.000 netto risico (diverse programma's/ 10 risico's).
117
Totaal netto risico's
5.081

Risicokaart

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Risicokaart

Op basis van deze inventarisatie is een risicokaart samengesteld voor onze gemeente. Aan elk risico is een risicoscore verbonden, door de kansklasse te vermenigvuldigen met de gevolgklasse.
Deze methodiek maakt het mogelijk de risico’s onderling te rangschikken op grootte. De risico’s met het grootste risicogetal moet de hoogste prioriteit krijgen en als zodanig opgepakt worden. Het cijfer in de cel geeft het aantal risico’s weer met dezelfde risicoscore.
De kaart laat zien dat het om 35 verbijzonderde risico’s gaat waarvoor de kans en het mogelijke financieel gevolg is ingeschat.

Aandachtspunt bij de verbijzonderde risico’s is het treffen van beheersmaatregelen. Hierdoor neemt de kans dat een risico optreedt af en worden de gevolgen van een risico verkleind.

Kans
10-15%
25%
50%
75%
90%
Financieel gevolg
zeer klein
klein
gemiddeld
Groot
zeer groot
x > € 1.000.000
1
€ 500.000 < x> € 1.000.000
1
€ 250.000 < x> € 500.000
1
2
€ 100.000 < x> € 250.000
2
1
€ 50.000 < x> € 100.000
2
1
3
2
x < € 50.000
10
7
1

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit omvat de financiële middelen en mogelijkheden van de gemeente om (ondanks de werking van risicomanagement) financiële tegenvallers als gevolg van risico’s op te vangen, waarvoor geen andere dekking aanwezig is en zonder het bestaande beleid te hoeven aanpassen. We berekenen de beschikbare weerstandscapaciteit als de som van alle elementen uit de gemeentelijke financiën die we daadwerkelijk kunnen inzetten om niet-begrote kosten te dekken. Eén van de meest bekende posten is de algemene reserve. Maar er zijn meer mogelijkheden, zoals stille reserves, onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en een eventueel voordelig begrotingsresultaat.

De benodigde weerstandscapaciteit moet in ieder geval hoger zijn dan de in artikel 12 van de Financiële verhoudingswet bepaalde minimumnorm. Deze norm is 2% van de uitkering uit het Gemeentefonds (€ 36.902.000), voor 2026 een bedrag van € 738.040.

De volgende tabel geeft inzicht in de opbouw van de beschikbare weerstandscapaciteit voor onze gemeente.

We merken op dat de overige bestemmingsreserves pas inzetbaar zijn als beschikbare weerstandscapaciteit wanneer de gemeenteraad deze als zodanig bestemt. Dat heeft natuurlijk consequenties voor de doelen waarvoor zij nu zijn bestemd.

Beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2025
bedrag (x €1.000)
Algemene reserve Algemene Dienst, waarvan een bedrag van € 5.487 is opgenomen in de reserve Weerstandsvermogen en risicobeheersing
8.754
Bestemmingsreserves
n.v.t.
Stille reserve(s) (voor zover binnen 1 jaar verkoopbaar en voor zover verkoop de continuïteit van de uitvoering niet aantast)
n.v.t.
Ondergrens weerstandscapaciteit
n.v.t.
Totaal
8.754

Oordeel over het vermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Oordeel over het vermogen

Bij het bepalen van een norm (ratio weerstandsvermogen) is het wenselijk te zoeken naar een evenwicht tussen financiële soliditeit en het streven om niet onnodig geld ‘op de plank te laten liggen’. Een belangrijk criterium hierbij is de kwalitatieve beoordeling van het risicomanagement. Naast inzicht in de risico’s en de financiële omvang is de inbedding van het risicomanagement in de organisatie belangrijk. Er is een minimale ratio vastgesteld van 1,2. Er is geen maximumratio ingesteld. Wanneer de ratio significant hoger uitvalt dan de minimale ratio kan volstaan worden met een lagere beschikbare weerstandscapaciteit, oftewel met een lagere reserve. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (de gekwantificeerde risico’s). Bij de berekening van het weerstandsvermogen gaan we ervan uit dat niet alle risico’s zich tegelijk in één jaar voordoen. In onze benadering is uitgegaan van een zekerheidspercentage van 90% dat alle risico’s zich tegelijk en in hetzelfde jaar manifesteren (oftewel, dat 100% van de benodigde weerstandscapaciteit in dat jaar benodigd zou zijn). Daarom hebben we de totale benodigde weerstandscapaciteit (= individuele kans * impact van alle geïdentificeerde financiële risico’s) vermenigvuldigd met 90%. Zie ook onderstaande figuur.

In 2026 is de stand van de algemene reserve en de reserve weerstandsvermogen gezamenlijk in totaal € 8,7 miljoen. We schatten de financiële risico’s in deze begroting in op € 5.081.000 en daarmee fors hoger in dan in de begroting 2025 (€ 2.060.500). Hierdoor neemt de ratio weerstandsvermogen flink af (naar 1,6).  Op basis van de minimumratio van 1,2 moet in de reserve Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1,2 x € 4.572.900 = € 5.487.480 worden aangehouden. In bijlage 3 Specificatie saldi reserves en voorzieningen is een overzicht opgenomen en is zichtbaar dat er voor komende jaren wordt voldaan aan deze norm. 

In onderstaande tabel ziet u de ontwikkeling van het weerstandsvermogen in de jaren 2018 tot en met 2026:

P&C Jaarschijf
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Begroting
16,1
15,8
10,1
14,5
7,3
9,4
18,2
3,09
1,6
Jaarrekening
15,0
10,9
9,1
12,6
37,2
45,1
1,21
nvt
nvt

Alle genoemde risico’s worden het komende jaar intern nauwgezet gevolgd. Daar waar nodig treffen we passende beheersmaatregelen om risico’s te beperken en te elimineren. Hierover rapporteren we in de burap. In 2026 willen we nader onderzoeken - met alle gremia - hoe het weerstandsvermogen in te zetten, ter realisatie van de ambities van de gemeente.

Verplichte kengetallen op grond van het BBV

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Verplichte kengetallen op grond van het BBV

In onderstaande tabel staan de wettelijk verplichte kengetallen en de ontwikkeling ervan vanaf de rekening 2024 tot en met begroting 2026-2029. Met deze reeks maken we de trend inzichtelijk.

Het nut van deze kengetallen wordt versterkt als we die afzetten tegen normen. Pas dan kunnen we beoordelen in hoeverre deze getallen voldoen aan de verwachtingen. Deze liggen vast in het GTK (Gemeenschappelijk Toezichtkader) van de provincie. Zie de volgende tabel. 

Kengetallen 2024-2029
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Netto schuldquote
41,1%
65,4%
89,5%
114,2%
118,5%
122,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen
41,1%
65,4%
89,4%
114,1%
118,5%
122,4%
Solvabiliteitsrisico
40,0%
32,1%
26,6%
23,5%
22,4%
22,1%
Grondexploitatie
2,6%
8,8%
9,4%
16,7%
11,5%
9,7%
Structurele exploitatieruimte
-1,9%
0,8%
-0,3%
1,0%
0,3%
0,8%
Belastingcapaciteit
104,5%
89,3%
95,3%
95,3%
95,3%
95,3%
Gemeenschappelijk Toezichtskader (GTK) provincie
Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsrisico
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%

1A. Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 1A. Netto schuldquote

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hierbij geldt: hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote.
Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat leningen zijn afgesloten waarbij het geld vervolgens is doorgeleend aan andere partijen, die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, weergeven we de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier maken we duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. Voor 2026 is het kengetal 89%. Als we dit afzetten tegen het GTK zitten we in de categorie ‘minst risicovol’. Landelijk gezien is de netto schuldquote pas een vraagstuk als deze hoger is dan 130%. Bij dit kengetal geldt: hoe lager, hoe beter.

Netto schuldquote
Bedragen x € 1.000
1. Netto schuldquote
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
A. Vaste schulden
+
25.982
40.652
54.980
70.185
75.778
79.990
B. Netto vlottende schuld
+
11.931
13.237
12.706
12.298
12.526
12.569
C. Overlopende passiva
+
8.442
8.442
8.442
8.442
8.442
8.442
Totale bruto schuld
46.355
62.331
76.128
90.926
96.747
101.002
D1. Financiële activa (uitzettingen > 1 jaar)
-
0
0
0
0
0
0
D2. Financiële activa (verstrekte leningen)
-
0
0
14
28
28
28
E. Uitzettingen < 1 jaar
-
9.604
8.481
8.481
8.481
8.481
8.481
F. Liquide middelen
-
253
0
0
0
0
0
G. Overlopende activa
-
8.389
8.389
8.389
8.389
8.389
8.389
Totale netto schuld
28.109
45.461
59.258
74.056
79.877
84.132
Totale netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
28.109
45.461
59.244
74.028
79.849
84.104
H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.)
/
68.458
69.489
66.241
64.854
67.398
68.689
Netto schuldquote
41%
65%
89%
114%
119%
122%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
41%
65%
89%
114%
118%
122%

1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, geven we de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier brengen we in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend, is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c, van het BBV). Met een percentage van 89% zitten wij hier in de categorie ‘minst risicovol’. En ook hier geldt: hoe lager, hoe beter.

2. De solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 2. De solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente (op langere termijn) in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio verstaan we het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Voor de solvabiliteitsratio geldt: hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Een solvabiliteit van 100% zou inhouden dat de gemeente geen schulden heeft.
Met een getal van 27% passen we in het GTK van de provincie in de kolom ‘neutraal’.

Solvabiliteitsratio
Bedragen x € 1.000
2. Solvabiliteitsratio
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
A. Eigen vermogen
+
35.443
32.599
29.893
29.903
29.879
30.620
B. Totaal passiva
/
88.639
101.473
112.437
127.108
133.108
138.306
Solvabiliteit
40%
32%
27%
24%
22%
22%

3. Kengetal grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 3. Kengetal grondexploitatie

Een grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Als gemeenten of provincies leningen afsluiten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject, hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of ze deze schuld kunnen aflossen wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kunnen zij de schuld namelijk aflossen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De laatste grondexploitaties werden eind 2020 afgesloten.
Vanaf 2023 hebben wij 2 nieuwe grondexploitaties geopend. Hierdoor is het kengetal 9,4% voor 2026. Afgezet tegen het waarderingscijfer van het GTK van de provincie vallen we in de categorie ‘neutraal’.

Grondexploitatie
Bedragen x € 1.000
3. Grondexploitatie
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
A. Bouwgronden in exploitatie
+
1.783
6.083
6.234
10.852
7.743
6.647
Totale bouwgronden
1.783
6.083
6.234
10.852
7.743
6.647
B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.)
/
68.458
69.489
66.241
64.854
67.398
68.689
Grondexploitatie
2,6%
8,8%
9,4%
16,7%
11,5%
9,7%

4. Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 4. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken.
De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
De kengetallen moeten daarbij in samenhang worden bezien. Wanneer bijvoorbeeld de grondexploitatie er niet toe bijdraagt om de schuldpositie te verminderen en de structurele exploitatie ruimte negatief is, geeft het kengetal belastingcapaciteit inzicht in de mogelijkheid tot hogere baten.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en dit uit te drukken in een percentage. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent dit dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.
Voor de begroting 2026 is het cijfer -0,3%. Dit is een bedrag van -€ 192.000 ten opzichte van de begrote baten in 2026 van € 69,5 miljoen. Zie ook het overzicht lasten en baten programma’s 2025-2028 verderop in de financiele begroting in dit boekwerk. Een positief percentage is volgens het GTK het minst risicovol. In 2025, 2027 tot en met 2029 is sprake van een positief kengetal (zie de tabel verplichte kengetallen BBV op pagina 48).

Structurele exploitatieruimte
Bedragen x € 1.000
4. Structurele exploitatieruimte
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
A. Totale structurele lasten
-
62.477
68.631
67.750
64.463
66.904
67.849
B. Totale structurele baten
+
61.270
66.241
65.194
64.583
66.988
68.589
C. Totale structurele toevoegingen aan de reserves
-
263
15.506
994
294
398
376
D. Totale structurele onttrekkingen aan de reserves
+
162
18.477
3.359
855
525
215
Totale structurele resultaat
-1.309
580
-192
680
211
580
E. Totale saldo van baten (excl. mut. res.)
/
68.458
69.489
66.241
64.854
67.398
68.689
Structurele exploitatieruimte
-1,9%
0,8%
-0,3%
1,0%
0,3%
0,8%

5. Belastingcapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - 5. Belastingcapaciteit

De onroerendezaakbelasting is voor gemeenten de belangrijkste vorm van belastinginkomsten. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller dit in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of in welke mate er ruimte is voor nieuw beleid. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij wordt uitgegaan van de woonlasten voor een gezin, bestaande uit de OZB voor een woning met een gemiddelde waarde, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Naast de OZB wordt ook gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing, omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet wordt benut). De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. Dit percentage geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Een percentage onder de 100% geeft aan dat er theoretisch meer belasting zou kunnen worden geheven.  Dit is een keus van de gemeente zelf. Met een percentage van 95,3% is de belastingdruk in Oirschot lager dan het landelijk gemiddelde (minst risicovolle categorie GTK).

Gemeentelijke belastingcapaciteit
Bedragen x € 1.000
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
510
541
553
553
553
553
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
242
169
211
211
211
211
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin
+
286
230
240
240
240
240
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin
-
0
0
0
0
0
0
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
1.038
940
1.004
1.004
1.004
1.004
E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in laatst bekende begrotingsjaar
/
994
1.053
1.053
1.053
1.053
1.053
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde
104,5%
89,3%
95,3%
95,3%
95,3%
95,3%