Paragraaf Financiering
Inleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - InleidingOnder financiering verstaan we: de manier waarop we voorzien in de benodigde gelden om lopende uitgaven te kunnen doen of om investeringen te betalen. We onderscheiden daarbij financiering met kort geld en met lang geld. Bij kort geld is sprake van daggeldleningen, kasgeldleningen en rekening-courant. Lang geld betreft – voor onze gemeente – vrijwel uitsluitend vaste geldleningen. Daarnaast speelt de vermogenspositie van onze gemeente een centrale rol: we hebben een uitstekende vermogenspositie met voldoende saldo aan reserves en voorzieningen. In deze paragraaf worden de beleidsvoornemens en het risicobeheer inzichtelijk gemaakt van de gemeentelijke financieringsportefeuille. Hiervoor gebruiken we het instrument van treasurybeleid.
Bij treasury gaat het om de financiering van het gemeentelijk beleid tegen zo gunstig mogelijk voor- waarden. Dit omvat het zorgen voor voldoende liquide middelen, het beleggen van tijdelijk overschot tegen een zo hoog mogelijk rendement en het daarbij afdekken van de risico’s, met name op het gebied van rente en krediet. Dit alles op de meest doelmatige wijze en volgens de wettelijke voor- schriften van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO). Bij treasury gaat het dus om het sturen, het beheersen, het verantwoorden en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Ons treasurybeleid is vastgelegd in de verordening treasurystatuut gemeente Oirschot 2015 (vastgesteld door uw raad op 15 december 2015). Door allerlei ontwikkelingen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie dient de verordening treasurystatuut te worden aangepast. Herziening van dit statuut is reeds in voorbereiding en wordt uiterlijk in de eerste helft van 2026 afgerond. Periodiek actualiseren we diverse financiële verordeningen, waaronder deze.
Financieringsbeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - FinancieringsbeleidHet financieringsbeleid is erop gericht om zo lang mogelijk de uitgaven met “kort geld” te financieren en pas vaste leningen aan te trekken wanneer dat, gelet op onze liquiditeitenplanning, noodzakelijk is. Het streven is om de benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten aan te trekken. Door een meerjarige liquiditeitenplanning brengen we dit zo goed mogelijk in beeld.
Komende jaren gaan wij, in het belang van de Oirschotse samenleving, behoorlijk investeren. Zoals we nu ook zien bij de rijksoverheid leiden deze uitgaven tot een verhoging van het financieringstekort. Zeker gezien de relatief lage rentevoet (historisch bezien) achten wij dit verantwoord. Uit de tabel meerjarige liquiditeitenplanning blijkt dat we eind 2026 een financieringsvraagstuk van € 20,5 miljoen verwachten, aflopend tot een vraagstuk van € 9,6 miljoen in 2029.
Bedragen x € 1.000 |
|||||
Liquiditeitenplanning |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|
Beginsaldi |
A |
9.250 |
-650 |
-2.226 |
-3.916 |
Betalingen |
|||||
Salarissen |
15.428 |
15.254 |
15.512 |
15.460 |
|
Geldleningen |
3.041 |
3.611 |
3.639 |
3.808 |
|
Rentekosten (huidige MJB) |
1.218 |
1.727 |
2.081 |
2.253 |
|
Aktiviteitenplan investeringen |
7.092 |
8.135 |
7.502 |
5.638 |
|
Restantkredieten |
6.228 |
6.228 |
6.228 |
6.228 |
|
Verbonden Partijen |
21.378 |
21.210 |
21.138 |
20.887 |
|
Grondexploitatie |
9.959 |
7.310 |
1.383 |
2.554 |
|
Subsidies |
2.242 |
2.161 |
2.074 |
2.074 |
|
Voorzieningen |
1.369 |
1.452 |
1.112 |
1.112 |
|
Overige uitgaven |
20.986 |
17.245 |
16.982 |
17.975 |
|
Totaal betalingen |
B |
88.942 |
84.334 |
77.652 |
77.991 |
Ontvangsten |
|||||
Rijksbijdragen |
40.592 |
41.215 |
41.550 |
42.884 |
|
Bijdrage overige overheden |
586 |
771 |
779 |
788 |
|
OZB en gem. belastingen |
15.691 |
16.425 |
16.909 |
17.490 |
|
Grondexploitatie |
25 |
25 |
4.517 |
3.625 |
|
Overige ontvangsten |
1.525 |
1.415 |
1.415 |
1.396 |
|
Rente opbrengsten |
|||||
Financiering |
20.469 |
22.749 |
10.625 |
9.574 |
|
Totaal ontvangsten |
C |
79.042 |
82.759 |
75.961 |
75.924 |
Saldo / tekort (A+B+C) |
-650 |
-2.226 |
-3.916 |
-5.984 |
|
Rentebeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RentebeleidKorte termijn
De rente is nadat deze historisch laag was in 2019 tot en met 2021 weer aan het stijgen. We kiezen ervoor om maximaal gebruik te maken van de ruimte die de kasgeldlimiet (in 2026 € 1,402 miljoen) ons biedt om mogelijke financieringstekorten op te vangen door het aantrekken van (kortlopende) kasgeldleningen. Door de lage rente en de invoering van het schatkistbankieren verwachten wij minimale renteinkomsten. Waar voorgaande jaren nog sprake is geweest van een negatieve rente (waardoor we met het aantrekken van kasgeld rente ontvingen) is deze situatie inmiddels veranderd in een normale situatie. Dat betekent dat we ook rente moeten betalen als we kasgeld aantrekken.
Lange termijn
Ook de rente voor langlopende geldleningen is historisch gezien nog steeds laag, hoewel deze wel hoger is dan de rente voor “kort” geld. De tarieven zijn t.o.v. 2022 wel verder gestegen. De tarieven zijn op dit moment weer iets aan het stijgen. Het tarief voor een lening van 40 jaar lag in augustus 2025 op 3,34%. Op basis van de hiervoor weergegeven meerjarige liquiditeitenplanning, verwachten we tijdens de periode 2026 – 2029 een vaste geldlening van ca € 65 miljoen nodig te hebben.
We houden er hierbij rekening mee dat we € 1,402 miljoen als een kasgeldlening aantrekken, omdat we die ruimte binnen de kasgeldlimiet beschikbaar hebben.
Rentetoerekening aan investeringen
Sinds de nieuwe voorschriften per 1 januari 2017 is het voor gemeenten verplicht om het saldo van de betaalde en ontvangen rente toe te rekenen aan de investeringen. Deze toerekening gebeurt door het bepalen van een gemiddeld rentepercentage, ook wel renteomslagpercentage genoemd.
Risicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RisicobeheerWe onderscheiden verschillende vormen van risico’s: onder andere renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en koersrisico’s en garantstellingen. De Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) noemt een aantal verplichte elementen dat het risico beperkt. De uitwerking voor de gemeente Oirschot van die verplichte elementen is uitgewerkt in het door uw raad vastgestelde Treasurystatuut.
Renterisicobeheer/kasgeldlimiet en renterisiconorm
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisicobeheer/kasgeldlimiet en renterisiconormBij de kasgeldlimiet gaat het om het beperken van renterisico’s op de korte schuld. Korte schuld is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een door het ministerie vastgesteld percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.
Dit betekent dat de gemeente tot maximaal de hoogte van de kasgeldlimiet kortlopende schulden mag hebben. Als deze limiet drie kwartalen achter elkaar wordt overschreden, moeten we een vaste geldlening aantrekken. In de hiernavolgende tabel is de kasgeldlimiet voor de gemeente Oirschot weergegeven.
Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) |
2026 |
|
|---|---|---|
Omvang begroting 2026 lasten |
69.941 |
|
Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag |
8,5% |
|
Kasgeldlimiet in bedrag |
5.945 |
|
Renterisiconorm
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RenterisiconormDe renterisiconorm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningenportefeuille zodat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering wordt beperkt. De gewijzigde renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de renterisiconorm voor de periode 2026– 2029.
Modelstaat B (Renterisico vaste schuld over de jaren 2026 t/m 2029) (x € 1.000) |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Stap |
Variabelen renterisico(norm) |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|
1 |
Renteherzieningen |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
2 |
Aflossingen |
3.041 |
3.611 |
3.639 |
3.008 |
|
3 |
Renterisico (1 + 2) |
3.041 |
3.611 |
3.639 |
3.008 |
|
4 |
Renterisiconorm |
13.988 |
13.027 |
13.564 |
13.665 |
|
5a = 4 > 3 |
Ruimte onder renterisiconorm |
10.947 |
9.416 |
9.925 |
10.657 |
|
5b = 3 > 4 |
Overschrijding renterisiconorm |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Berekening renterisiconorm |
||||||
4a |
Begrotingstotaal 2026 |
69.941 |
65.137 |
67.821 |
68.325 |
|
4b |
Percentage regeling |
20% |
20% |
20% |
20% |
|
4 = 4a x 4b / 100 |
Renterisiconorm |
13.988 |
13.027 |
13.564 |
13.665 |
|
Renteschema
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RenteschemaDe commissie BBV heeft geadviseerd om het renteschema uit haar rentenotitie op te nemen in de financieringsparagraaf. Onderstaand overzicht geeft onder andere inzicht in de rentelasten en het renteresultaat.
Externe rentelasten |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|---|---|---|---|---|
Korte financiering |
11.185 |
10.675 |
10.675 |
10.675 |
Lange financiering |
1.197.142 |
1.706.382 |
2.060.142 |
2.232.221 |
Totaal externe rentelasten |
1.208.327 |
1.717.057 |
2.070.817 |
2.242.896 |
Externe rentebaten |
||||
Korte financiering |
-140.000 |
-145.000 |
-150.000 |
-150.000 |
Lange financiering |
-15.000 |
-15.000 |
-15.000 |
-15.000 |
Per saldo aan rentelasten |
1.053.327 |
1.557.057 |
1.905.817 |
2.077.896 |
Rente grondexploitatie |
-85.204 |
-192.636 |
-263.295 |
-562.705 |
Rente projectfinanciering |
-42.360 |
-39.989 |
-37.583 |
-35.141 |
Saldo door te berekenen externe rente |
925.763 |
1.324.432 |
1.604.939 |
1.480.050 |
Aan taakvelden toe te rekenen rente |
925.763 |
1.324.432 |
1.604.939 |
1.480.050 |
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente |
925.763 |
1.324.432 |
1.604.939 |
1.480.050 |
Renteresultaat |
0 |
0 |
0 |
0 |
Kredietrisicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - KredietrisicobeheerBij de verstrekte geldleningen loopt de gemeente kredietrisico’s. Dit risico wordt vooral beheerst door terughoudendheid bij het verstrekken van nieuwe leningen. Verder neemt de hoofdsom gedurende de looptijd af en dus ook het kredietrisico voor de gemeente. In de tabel hieronder staat het overzicht van verstrekte leningen. De € 100.000 aan aflossingen per jaar zijn gebaseerd op ervaringscijfers en ontleend aan de jaarrekening 2024.
Verstrekte geldleningen |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
||
|---|---|---|---|---|---|---|
Stand per 1 januari |
362.553 |
370.579 |
300.579 |
200.579 |
||
Reguliere aflossingen |
100.000 |
100.000 |
100.000 |
100.000 |
||
Stand per 31 december |
262.553 |
270.579 |
200.579 |
100.579 |
||
Garantstellingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - GarantstellingenDe gemeente staat garant voor vijf geldleningen met een totaalbedrag per 1 januari 2026 van € 7 miljoen waarvan twee leningen op naam van Wooninc. staan voor een bedrag van € 6,6 miljoen. Verder fungeert de gemeente als achtervang van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw voor een drietal leningen ten name van Wooninc. voor een totaalbedrag van € 41 miljoen. De afgelopen jaren zijn alle leningen steeds normaal afgelost. Het risico voor het niet nakomen van afspraken door de kredietnemer en daardoor het gemeentelijke risico is minimaal. In de risicoparagraaf is voor de leningen van Wooninc. waarvoor de gemeente zelf garant staat rekening gehouden met een risico van € 0,626 miljoen (10% van € 6,26 miljoen).
Naast bovengenoemde garantstellingen is ook de starterlening opnieuw ingevoerd. Op 24 september 2024 is door de raad besloten akkoord te gaan met een garantstelling voor startersleningen voor een totaal van € 2.5 miljoen.
Leningenportefeuille
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - LeningenportefeuilleNaast inzicht in de verstrekte geldleningen, is het ook van groot belang om inzicht te hebben in onder meer de grootte van de opgenomen leningen. Hieronder in tabel de opgenomen geldleningen:
*Dit is exclusief in de toekomst op te nemen geldleningen aan de hand van de liquiditeitsplanning.
Bedragen x € 1.000 |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Opgenomen geldleningen |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
||
Stand per 1 januari |
28.615 |
46.043 |
65.180 |
72.167 |
||
Reguliere aflossingen |
3.041 |
3.611 |
3.639 |
3.808 |
||
Stand per 31 december |
25.574 |
42.431 |
61.542 |
68.359 |
Relatiebeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - RelatiebeheerHet betalingsverkeer vindt al vele jaren plaats via de NV BNG bank. Daarnaast heeft onze gemeente ook nog een betaalrekening bij de Rabobank. Die rekening gebruiken inwoners sporadisch om betalingen aan de gemeente te verrichten. Daarnaast wordt die rekening gebruikt om contant geld, dat ontvangen is bij de publieksbalie, af te storten.
Schatkistbankieren
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - SchatkistbankierenDit houdt in dat publieke instellingen al hun liquide middelen (boven drempelbedragen), die niet direct nodig zijn voor het uitvoeren van hun publieke taak, aanhouden bij het ministerie van Financiën.
Dit drempelbedrag is voor een begrotingstotaal tot € 500 miljoen per 1 juli 2021 verhoogd. Vanaf die datum mogen publieke instellingen de eerste € 1 miljoen of 2% van het jaarlijkse begrotingstotaal buiten de schatkist houden. Voor Oirschot is dit voor 2026 € 1,403 miljoen. Dit is het minimale bedrag (2% van het begrotingstotaal van 2026 € 70.140.286 is € 1.402.806).
EMU Saldo
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - EMU SaldoHet EMU-saldo is ontstaan in het kader van het (Europese) streven naar houdbare overheidsfinanciën. De Europese begrotingsregels zijn grotendeels vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP).
De belangrijkste uitgangspunten van het SGP zijn:
1. Het EMU-saldo, ofwel het nationale begrotingstekort, mag niet groter zijn dan 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Van dit tekort neemt het Rijk 2,6% voor zijn rekening en de decentrale overheden 0,4%.
2. De EMU-schuld: de overheidsschuld moet lager zijn dan 60% van het BBP.
In Nederland is het SGP uitgewerkt in de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof). De Wet Hof bevat onder andere een bepaling dat het Rijk en de decentrale overheden een gezamenlijke en gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de Europese begrotingseisen te respecteren.
Voor een nog betere beheersing van het EMU-saldo wordt een geprognosticeerde balans voorgeschreven en het opnemen van het EMU-saldo in de begroting. De geprognosticeerde balans dient ervoor om de raad meer inzicht te geven in de ontwikkeling van onder meer investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte.
In de hierna opgenomen tabellen zijn de berekening van het EMU-saldo voor de periode 2025 t/m 2029 opgenomen. Voor de berekening van het EMU-saldo geldt dat dit ook moet kunnen worden berekend op basis van enkele onderdelen uit de geprognosticeerde balans. Dit is de reden dat twee berekeningen van het EMU-saldo zijn opgenomen. Wanneer het EMU-saldo positief is, is er sprake van een vorderingenoverschot. Als het saldo negatief is, spreken we over een vorderingentekort.
8a. Berekening EMU-saldo via exploitatie en balans (volgens EMU-enquête) |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000 |
|||||||
EMU-saldo |
Begroting |
||||||
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|||
1. |
(+) |
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c). |
-2.844 |
-2.707 |
11 |
-24 |
741 |
2. |
(-) |
Mutatie (im)materiële vaste activa |
9.911 |
10.800 |
10.039 |
9.108 |
6.294 |
3. |
(+) |
Mutatie voorzieningen |
-298 |
-126 |
-137 |
203 |
203 |
4. |
(-) |
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) |
4.300 |
151 |
4.618 |
-3.109 |
-1.096 |
5. |
(-) |
Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
Berekend EMU-saldo |
-17.353 |
-13.783 |
-14.783 |
-5.821 |
-4.255 |
||
Prognosebalans
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - PrognosebalansPrognose meerjarenbalans |
Realisatie |
Realisatie |
Begroting |
Begroting |
Begroting |
Begroting |
Begroting |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|
Activa |
|||||||
Vaste activa |
|||||||
Immateriële vaste activa |
261 |
237 |
212 |
410 |
620 |
830 |
1.040 |
Materiële vaste activa |
59.236 |
67.858 |
77.794 |
88.395 |
98.224 |
107.123 |
113.207 |
Financiële vaste activa |
513 |
514 |
514 |
528 |
542 |
542 |
542 |
Totaal vaste activa |
60.010 |
68.609 |
78.520 |
89.333 |
99.387 |
108.495 |
114.789 |
Vlottende activa |
|||||||
Voorraden |
444 |
1.783 |
6.083 |
6.234 |
10.852 |
7.743 |
6.647 |
Uitzettingen |
10.644 |
9.604 |
8.481 |
8.481 |
8.481 |
8.481 |
8.481 |
Liquide middelen |
256 |
253 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
Overlopende activa |
2.133 |
8.389 |
8.389 |
8.389 |
8.389 |
8.389 |
8.389 |
Totaal vlottende activa |
13.478 |
20.030 |
22.953 |
23.104 |
27.722 |
24.613 |
23.517 |
Totaal activa |
73.488 |
88.639 |
101.473 |
112.437 |
127.108 |
133.107 |
138.306 |
Passiva |
|||||||
Vaste passiva |
|||||||
Reserves |
36.530 |
35.470 |
32.473 |
30.234 |
29.332 |
29.776 |
30.040 |
Resultaat boekjaar |
714 |
-27 |
127 |
-342 |
571 |
103 |
580 |
Voorzieningen |
7.755 |
6.841 |
6.543 |
6.416 |
6.279 |
6.482 |
6.684 |
Vaste schuld |
14.514 |
25.982 |
40.652 |
54.980 |
70.185 |
75.778 |
79.990 |
Totaal vaste passiva |
59.513 |
68.266 |
79.793 |
91.289 |
106.368 |
112.139 |
117.294 |
Vlottende passiva |
|||||||
Vlottende schuld |
9.455 |
11.931 |
13.237 |
12.706 |
12.298 |
12.526 |
12.569 |
Overlopende passiva |
4.520 |
8.442 |
8.442 |
8.442 |
8.442 |
8.442 |
8.442 |
Totaal vlottende passiva |
13.975 |
20.373 |
21.679 |
21.148 |
20.740 |
20.968 |
21.011 |
Totaal passiva |
73.488 |
88.639 |
101.473 |
112.437 |
127.108 |
133.108 |
138.306 |