Financiële begrotingsuitgangspunten

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiële begrotingsuitgangspunten - Inleiding

De begrotingsuitgangspunten van de gemeente Oirschot, zijn de basisprincipes waarop het financiële beleid en de begroting van een gemeente worden gebaseerd. Deze uitgangspunten zorgen ervoor dat de gemeentelijke financiën op een gezonde manier worden beheerd. Gemeenten hanteren vaak vergelijkbare uitgangspunten, maar ze kunnen variëren op basis van lokale prioriteiten. Hier is een beschrijving van de belangrijkste begrotingsuitgangspunten die voor de gemeente Oirschot gelden:

De conceptbegroting 2025 vormde de basis voor de meerjarenraming 2026-2029. Hierbij gaan we uit van het aanvaarde beleid. Dat wil zeggen dat het gevoerde beleid voor de komende jaren wordt doorgetrokken. Hierbij zijn de budgettaire gevolgen van in het verleden genomen beslissingen in de meerjarenraming verrekend.

De uitgangspunten die we hanteren bij het opstellen van de begroting bestaan uit:

  1. Algemene uitgangspunten (spelregels)
  2. Financieel-technische uitgangspunten

A. Algemene uitgangspunten (spelregels)

Terug naar navigatie - Financiële begrotingsuitgangspunten - A. Algemene uitgangspunten (spelregels)

1.          Structureel en reëel evenwicht
Structureel evenwicht: De gemeente moet zorgen voor een begroting waarin de structurele inkomsten voldoende zijn om de structurele uitgaven te dekken. Dit betekent dat er geen tekorten mogen ontstaan door tijdelijke financiële meevallers of kortetermijn oplossingen. Dit betekent dat als de begroting in het eerste jaar niet sluitend is, deze in ieder geval in het laatste jaar sluitend moet zijn.

Reëel evenwicht: De begroting moet gebaseerd zijn op realistische en behoedzame ramingen van zowel inkomsten als uitgaven. De verwachte kosten en opbrengsten moeten haalbaar en betrouwbaar zijn.

2.          Structurele uitgaven worden structureel gedekt
Tegenover structurele uitgaven kunnen geen incidentele inkomsten of incidentele meevallers staan. Uit de post ‘Onvoorzien’ worden géén structurele uitgaven gedaan. Deze post is bedoeld voor incidentele en uitsluitend eenmalige (a-structurele) zaken die geen uitstel dulden en waarin de reguliere begrotingsposten niet voorzien. De raad heeft het budgetrecht en beschikt derhalve over deze post, op voorstel van het college.

3.          Tegenvallers binnen programma’s opvangen
Tegenvallers door hogere lasten of lagere baten worden in principe binnen het programma opgevangen. Pas als dit niet mogelijk is wordt een voorstel gedaan hoe anderszins in de dekking kan worden voorzien. De inzet van hogere baten wordt integraal afgewogen.

4.          Kostendekkende tarieven
Gemeentelijke tarieven voor de diensten (zoals rioolheffing, afvalstoffenheffing, etc.) moeten kostendekkend zijn. Dit betekent dat de inkomsten uit deze tarieven gelijk moeten zijn aan de kosten die de gemeente maakt voor het leveren van deze diensten.

B. Financieel-technische uitgangspunten

Terug naar navigatie - Financiële begrotingsuitgangspunten - B. Financieel-technische uitgangspunten
 

Deze financieel-technische uitgangspunten hebben betrekking op de te hanteren percentages voor rente en loon- en prijsstijging, de ontwikkeling van de lokale lasten e.d. We lichten ze in dit hoofdstuk nader toe, met per onderdeel een concreet voorstel. Achtereenvolgens komen de volgende onderwerpen aan de orde:

1.    Algemene uitkering uit het Gemeentefonds
2.    Ontwikkeling van de lokale lasten
3.    Prijsstijging (inflatie)
4.    Loonstijging
5.    Rente
6.    Afschrijvingen
7.    Bestemmingsreserve kapitaallasten
8.    Ramingen Sociaal domein
9.    Aantal inwoners en woonruimte
10.    Post onvoorzien
11.    Begrotingscirculaires 2024
12.    Risicoparagraaf
13.    Financiële kengetallen

1.    Algemene uitkering uit het Gemeentefonds
In de conceptbegroting 2026-2029 zijn de gevolgen van de meicirculaire 2025 verwerkt.
Deze circulaire is op 28 mei 2025 verschenen,  op 13 juni 2025 is een gewijzigde versie verschenen.. In de raadsinformatiebrief van 20 juni hebben we u hierover geïnformeerd. Er is nog geen rekening gehouden met de septembercirculaire 2025. Deze septembercirculaire is verschenen rond Prinsjesdag. We streven ernaar u nog voor de begrotingsbehandeling over de uitkomsten hiervan te informeren, zodat u deze kunt betrekken bij de besluitvorming.
Voor de berekening van de meicirculaire maken wij gebruik van de meest recente informatie van onze gemeente. Deze berekening wijkt af van de berekening die het rijk hanteert. De afwijking wordt met name veroorzaakt doordat wij rekening houden met een jaarlijkse teruggaaf uit het BCF fonds, terwijl dat het rijk hier geen rekening mee houdt.

2.          Ontwikkeling van de lokale lasten
De algemene uitgangspunten voor de lokale heffingen zijn:

•    Afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn maximaal 100% kostendekkend.
•    OZB en forensenbelasting worden jaarlijks verhoogd met het percentage van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) uit de meicirculaire van 2023; bij het bepalen van de tarieven houden we rekening met de gevolgen van de hertaxaties.
•    De toeristenbelasting, de leges en de tarieven die opgenomen zijn in de algemene tarievenverordening worden jaarlijkse verhoogd met het percentage van de prijsontwikkeling van het BBP uit de meicirculaire van het jaar ervoor.
•    De tarieven voor de reclamebelasting blijven ongewijzigd.

Voor de huidige begroting geldt dat hiervan afgeweken wordt obv de onderzoeken die zijn uitgevoerd. Dit wordt toegelicht in het hoofdstuk 'ontwikkeling meerjarig begrotingssaldo'. 

3.          Prijsstijging (inflatie)
Reguliere budgetten begroting
In het Gemeentelijk Toezicht Kader (GTK) van de provincie m.b.t. het begrotingstoezicht staat dat de gemeente in het kader van het reëel opstellen van de ramingen rekening houdt met een mutatie van de prijsontwikkeling van ten minste het in de gehanteerde circulaire genoemde Bruto Binnenlands Product (BBP). Wanneer we een afwijkend percentage toepassen moet dit in de programmabegroting beargumenteerd zijn. Wij baseren ons echter op de prijsontwikkeling van het BBP. Jaarlijks berekenen we op basis van de meicirculaire van de algemene uitkering wat de grootte van de post prijsstijging voor de komende jaren moet zijn. Dit hebben we gedaan bij de meicirculaire 2024 en de uitkomsten ervan zijn verwerkt in de cijfers van deze conceptbegroting 2026-2029. We hebben de berekening in deze begroting daarmee op eenzelfde wijze behandeld als in de voorgaande begroting; we hebben de loonindexatie alleen doorgevoerd voor de eerste twee jaren. De daaropvolgende jaren zijn gelijk gehouden met het tweede begrotingsjaar. Wel zijn de bedragen dit jaar weer opnieuw berekend en bijgesteld. 

Indexering bijdrage verbonden partijen
In onze meerjarenbegroting nemen we de bijdragen aan de verbonden partijen zoals deze zijn opgenomen in de afzonderlijke begrotingen van de betreffende verbonden partij één op één over (uitgaven voor verbonden partijen zijn op basis van de Gemeentewet verplichte uitgaven).
De GRSK, de ODZOB, de VRBZO en de MRE houden in hun begrotingen alleen voor het 1e jaar (2026) rekening met een verhoging voor loon-en prijsstijging en houden de meerjarenbegroting (2027- 2029) constant. De GGD is hierbij een uitzondering en neemt in de begroting meerjarig de loon- en prijsstijging wel mee. Dit betekent dat 4 verbonden partijen in hun begroting geen rekening houden met toekomstige kostenstijgingen. In onze begroting houden wij voor deze verbonden partijen rekening met loon- en prijsstijgingen tot en met 2029.

4.          Loonstijging
Voor de ramingen van de salarissen van het ambtelijke personeel vormen de cao-afspraken het uitgangspunt. In de (meerjaren)begroting 2026-2029 is op basis van de  cao-afspraken rekening gehouden met een loonstijging in 2026 van € 35,00 nominaal in de loonschalen,  een indexatie vanaf 01-06-2026  van 1,25% en in 2027 een indexatie van 1,60%.  Hiertegenover staan inkomsten vanuit het Gemeentefonds. Voor 2028 en verder nemen we geen verdere loonstijging op in deze begroting. 

5.          Rente
Het te hanteren rentepercentage moet worden berekend op basis van de werkelijk betaalde rente. Voor de begroting 2026 gelden voor de toerekening van rente de volgende percentages:
•    Gerealiseerde investeringen:     1,21% in 2026, 1,52% in 2027, 1,65% in 2028 en 1,39% in 2029. Voor Sportpark Moorland en de Klep hanteren we een afwijkend percentage van 1.5%;
•    Grondexploitaties:     2026 met 1,897%, 2027 met 2,01% en 2028 met 1,963%;
•    Nieuwe investeringen:     2,84%.

6.          Afschrijvingen
De afschrijvingen zijn gebaseerd op de afschrijvingstabel uit de Financiële verordening 2017 (vastgesteld op 18 december 2018).

7.          Bestemmingreserve kapitaallasten
Zolang de gemeente voldoende eigen middelen heeft, kunnen de middelen in een door de raad in te stellen bestemmingsreserve kapitaallasten worden gestort voor de dekking van de kapitaallasten die uit de activering en de wijze van afschrijven voortvloeien. Het college kan de raad voorstellen om gelijktijdig met het beschikbaar stellen van een nieuw krediet, tevens een bestemmingsreserve kapitaallasten te vormen ter hoogte van de som van de kapitaallasten voor de gehele levensduur van het activum. 
Een bestemmingsreserve kapitaallasten kan enkel gevormd worden voor investeringen met een eenmalig karakter. De mutaties in deze bestemmingsreserve worden inzichtelijk gemaakt in het (verplichte) overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.

8.          Ramingen Sociaal domein
De ramingen voor 2026-2029 zijn gebaseerd op:
•    Jeugd: Gebaseerd op de werkelijke uitgaven 2020 t/m 2024;
•    Wmo: We volgen de ramingen op dit onderdeel van de afdeling MD die gebaseerd zijn op de werkelijke uitgaven 2024 en de prognose voor de komende jaren;
•    Participatie: Gebaseerd op de afspraken die hierover zijn gemaakt met de WSD waarin we de (voormalige)deeluitkering Participatie doorbetalen ter uitvoering van deze taak.

9.          Aantal inwoners en huishoudens
Voor een aantal ramingen (onder andere voor de algemene uitkering) is de ontwikkeling van het aantal inwoners en woonruimten van belang. In onderstaande tabel zijn de aantallen opgenomen waarmee we in de begroting 2026-2029 rekening houden. De prognose cijfers met betrekking tot woonruimten zijn ontleend aan de monitor Indicatie bevolkingsomvang 2020-2040 en monitor Indicatie omvang woningvoorraad 2020-2024 van de Provincie Noord-Brabant. De Provincie Noord-Brabant komt in het najaar 2025 met een nieuwe prognose. De oorlog in Oekraïne en de toestroom vanuit het buitenland werkt daarin nog altijd door. Dit kan nog leiden tot een aangepaste prognose voor dit jaar en komende jaren. De inwoneraantallen voor 2026 zijn ontleend aan cijfers van de afdeling Burgerzaken, waarbij het aantal inwoners voor 2026 is gebaseerd op een inschatting naar aanleiding van de monitor bevolkingsomvang. We gaan voor deze begroting vooralsnog uit van de huidige prognose en onderstaande tabel.

10.          Post onvoorzien
De post voor onvoorziene uitgaven maakte voorheen deel uit van het programmaplan. Deze post voor onvoorziene uitgaven kan worden begroot voor de totale begroting of per programma.
In Oirschot kozen wij voor de eerste optie. De omvang van de post onvoorziene uitgaven is een keuze van de gemeente zelf. In deze meerjarenbegroting 2026-2029 is geen post onvoorzien begroot. Van belang hierbij is te vermelden dat we wel per programma een stelpost loon- en prijsstijging hebben opgenomen.

11.          Begrotingscirculaire 2025
De provincie houdt toezicht op de begroting van de gemeenten. Vanuit die rol stuurt de Provincie Noord-Brabant de gemeenten jaarlijks een zogenaamde aanvulling begrotingscirculaire waarmee zij informeert over belangrijke onderwerpen die voortkomen uit de meicirculaire 2025. Daarnaast geeft zij informatie over de manier waarop zij deze onderwerpen beoordeelt in de komende en meerjarenbegroting. Indien deze onderwerpen van toepassing zijn op de gemeente Oirschot is hiermee rekening gehouden in de begroting.

12.          Risicoparagraaf
Bij het opstellen van de begroting 2026 actualiseren we de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Hieruit zetten we de risico’s die de gemeente loopt af tegen het beschikbare weerstandsvermogen om inzichtelijk te maken of dit voldoende is om de risico’s af te dekken.

We rekenen met betrekking tot het benodigde weerstandsvermogen met de ratio 1,2. Dit wordt landelijk gezien als de norm ‘voldoende’. Het werkelijke weerstandsvermogen van onze gemeente is op dit moment voldoende. Uitgangspunt voor de komende raadsperiode is het handhaven van het weerstandsvermogen op het huidige werkelijke waarderingsniveau A “voldoende” (NAR). Dit houdt in dat we willen voorstellen om uit te gaan van minimaal de ratio 1,2. Op basis van de berekening van het benodigde weerstandsvermogen wordt het saldo van de reserve Weerstandsvermogen en risicobeheersing aangepast.

13.          Oirschotse norm financiële kengetallen
Vanaf de begroting 2021 hanteren we voor de financiële kengetallen de signaleringswaarden die de provincie aanhoudt bij de beoordeling van de begroting. In het Gemeenschappelijk Toezicht Kader (GTK) van de provincie zijn de volgende signaleringswaarden vastgelegd.

Ook voor de begroting 2026 houden we deze signaleringswaarden aan als Oirschotse norm.